Het ontwaken van Suzanne Foxton
“Vul de gootsteen, draai de kraan helemaal naar links voor lekker warm water, pak het afwasmiddel, mooie grote straal, kijk hoe de bellen opstijgen. Mooie bubbels, elk klein oppervlak een rond regenboogprisma...
Was de messen eerst. Pak het mes, de grootste, de gevaarlijkste, de duurste, de meest professionele. Beweeg de taphendel helemaal naar beneden met de linkerhand; de gootsteen is vol. Kijk naar het mes.
Het verandert. Het blijft hetzelfde. Het mes is perfect zichzelf. Het is zo mes-achtig; het is leven, aan het messen. Verbazingwekkend. Er was nooit een perfecter mes. Het is zoals het moet zijn, zoals alles is. En gehurkt het mes op de grond grijpend; toch is er niets gehurkt, er is alleen het hurken zelf. Grenzeloosheid, geen lichaam, geen mes, en er is een visioen van wervelende oneindige kleuren, in de ruimte, de geboorte van een perfect regenboogstelsel, overlopend in een zwart gat en terugkerend, vernietigd en gecreëerd, in en uit knipperend, keer op keer , ogenblikkelijk, eeuwig, tijdloos. De hele schepping zowel hier als niet hier”
[De ultieme twist, p.4-5].
Vraag: Bovenstaand citaat komt uit je nieuwe boek, The Ultimate Twist, maar het beschrijft wel een feitelijke gebeurtenis, waarbij je ‘jezelf realiseerde’. Wat zou je zeggen dat er nu anders is in vergelijking met het leven vóór de 'gebeurtenis-met-het-mes'?
Suzanne Foxton: Nou, we hebben de disclaimer dat het moment van het mes niet belangrijk was en dat het op elk moment geleidelijk in het zich ontvouwende verhaal had kunnen gebeuren, maar het belangrijkste dat anders is in mijn schijnbare leven is dat ik veel meer accepterend ben, tolerant ten opzichte van alles. Het is een concept dat alles gebeurt zoals het moet, maar mijn geest, ego, karakter gaat daarin mee; dus wat er ook gebeurt, er is weinig weerstand tegen wat dan ook, zelfs als iets als slecht kan worden gezien,. Heel weinig gedachten komen naar boven in de trant van: dit mag niet gebeuren, dit kan niet gebeuren, dit zou niet moeten gebeuren.
Nu, als er iets heel ergs met mijn kinderen zou gebeuren, moeten we daar misschien op terug komen, want dan zou ik iets heel anders kunnen zeggen. Maar ik denk echt dat alles precies gaat zoals het hoort. Ik voel het, ik leef het, ik weet het. Het is alomtegenwoordig in mijn zich ontvouwende leven.
Er is niets om voor weg te rennen, er is geen reden om voor dingen weg te rennen. Ik vind ze misschien niet leuk, maar er is niets mis in het niet leuk vinden, niet genieten, verdrietig zijn, boos zijn, of zelfs bang zijn. Ik accepteer zelfs mijn eigen weerstand. Dat is het grootste verschil.
Het grote probleem dat ik hiermee over het algemeen heb, is dat er bijvoorbeeld van de gebeurtenis-met-het-mes een punt in de tijd wordt gemaakt, alsof iemand van duisternis naar licht gaat of van de ene toestand naar de andere, maar zo is het niet, toch?
Het is moeilijk om over de twee dingen te praten omdat ze nogal paradoxaal zijn, maar op de een of andere manier leek het erop dat er in mijn leven dat zich voorafgaand aan de gebeurtenis ontvouwde, erg veel weerstand was tegen alles – verward, angstig, me heel erg afgescheiden voelen van, in plaats van een deel van alles en proberen weg te lopen van alles wat negatief leek.
Toen was er een duidelijk punt in de tijd, en nu voelt het niet meer alsof wat dan ook zo'n groot probleem is. Ik wil mijn mouwen opstropen en naar binnen gaan en het leven leiden en ervan genieten, zelfs van de minder leuke dingen. Ik wil ervan genieten. Er is ook plezier in negatieve emoties vanwege de volheid en intensiteit ervan.
Ook, voor zover er de andere kant van het hek is en het allemaal totaal anders is, kan ik alleen maar bedenken dat ik al die tijd actief verslaafd was. Ik maakte keuzes die als onverstandig kunnen worden beschouwd. Ik was erg bang, ging de confrontatie niet aan, greep geen kansen, dat soort dingen. Maar ik beschouw dat niet als verspilde tijd. Waar ik vrij sterke gevoelens over heb, is het feit dat er geen tijd is, er is alleen dit zich ontvouwende ding, en het is altijd nu waar we altijd in zijn.
Vraag: In plaats van de rand van een mes tussen verleden en toekomst?
Suzanne Foxton: Precies. Er is altijd dit bewustzijn, altijd dit. Maar denkend in termen van tijd en geheugen, lijken al die dingen niet verspild of slecht of verkeerd of ongemakkelijk of onaangenaam. Misschien een beetje spijtig maar niet verkeerd en niet verspild.
Joan Tollifson zei iets dat ik erg leuk vind; ze zegt dat alle honderden miljoenen oorzaken en omstandigheden altijd samenkomen om ervoor te zorgen dat wat er ook gebeurt, gebeurt. En dus is er heel weinig spijt van de dingen die als slecht kunnen worden beoordeeld, omdat ik conceptueel heel diep weet en voel dat er niets verkeerd of slecht of verspild of ongewenst is. Dualiteit heeft van nature al die dingen nodig om hier te zijn, zodat we kunnen zien, horen, proeven, aanraken, voelen; het bestaat allemaal, het is allemaal nodig.
Vraag: Mensen zeggen dat er na ‘de gebeurtenis’ een besef is dat niemand bestaat. Is dat waar? En als dat waar is, hoe voelt dat dan?
Suzanne Foxton: Welnu, ik moet zeggen dat ik denk dat waar dat concept naar verwijst, is dat de ego-identiteit, het karakter, of hoe je het ook wilt noemen, niet zo belangrijk is, het is niet het allerbelangrijkste, het is niet de enige, het is niet wat jij of ik of wie dan ook echt is. Het is gewoon een handig referentiepunt en er is niets mis mee; het is slechts een constructie. Wat we zijn is alles; het is het bewustzijn van alles wat we lijken te zien of alles wat er gebeurt.
Bewustzijn van het bewustzijn; het is allemaal één naadloos interactief geheel. De identiteit, het meemaken van de gebeurtenissen in het leven waarbij alles vreselijk belangrijk is, is misschien niet meer echt het geval. Het is conceptueel; de identiteit is slechts een constructie voor het gemak in plaats van het belangrijkste. Andere persoonlijkheden zijn nu leuker, interessanter en praktischer in plaats van het enige dat ertoe doet. Ik denk dat dat is wat het voor mij betekent.
