Het ontwaken van Jed McKenna
Mijn bliksemschicht-openbaring kwam toen ik eind twintig was, ongeveer vijftig pagina's na het lezen van mijn eerste boek met een uitgesproken spirituele inhoud. Zoals alle goede openbaringen, sloeg deze in als een kogel van licht in mijn hersenen en herdefinieerde mijn hele leven in één enkel moment. Het besef was niets meer of minder dan dit:
Waarheid bestaat.
Ik was volkomen verbijsterd. De lijnen van mijn wezen werden in een flits opnieuw getekend. Ik was verbijsterd door deze simpele uitspraak, door de pure absurditeit ervan. Hoe kan iemand immers niet beseffen dat waarheid bestaat? Maar de waarheid is dat ik dat niet deed. Mijn gedachten waren zo constant gericht op het ontkennen van wat niet was dat ik effectief verblind werd door wat was. De daad van het vechten voor bevrijding had me gevangen gezet. Om me te verzetten tegen het valse, moest ik verblijven in het schemerdonker waar onwaarheid welig tiert.
Uiteindelijk begrijpen dat waarheid bestond, was het equivalent van uit een stinkend riool kruipen en in het zonlicht gaan staan; zonlicht waarvan ik het bestaan al die tijd had moeten vermoeden, maar nooit helemaal had gedaan. Maar nu stond ik in het zonlicht en het was totaal overweldigend. Op dat moment werd ik eindelijk geboren.
"Waarheid bestaat!" schreeuwde mijn geest. "Het maakt niet uit wat het is of waar het is. Ergens, op de een of andere manier, is er waarheid. Het maakt me niet uit of het in het christendom of jodendom of de islam is of in de meest verachte sekte in de diepste krochten van verdorvenheid, het bestaat en ik zal geen minuut van mijn leven meer besteden aan het blindelings rond dwalen in de viezigheid en stank van onwetendheid. Het universum is niet vaag en onwetend: ik ben vaag en onwetend. Iets is waar en het maakt niet uit wat het is, ik ga niet langer vals zijn. Ik heb niet eens het minste spoor van het minste voorbehoud over het feit dat ik liever zou lijden en sterven om erachter te komen wat waar is dan dit leven voort te zetten als slaaf van leugens en onwetendheid".
Ik heb net de laatste paar alinea's opnieuw gelezen en ze komen enigszins overeen met hoe mijn brein eruit zag na de explosie. Dood en wedergeboorte komen in alle soorten en maten, en dit was mijn eerste. Mijn eerste stap. Dit was hetgeen me scheidde van wie ik was van wie ik nu ben. Dat was de dag dat ik mijn leven in de fik stak en ten strijde trok.
De volgende twee jaar bracht ik door in een staat van brandende obsessie. Ik zegde mijn baan op, dumpte mijn spullen en verhuisde van Chicago naar een klein stadje in Iowa. Ik struinde boekwinkels af en maakte optimaal gebruik van het uitleenprogramma van de plaatselijke bibliotheek. Ik kocht een computer en bracht elke dag uren gebogen over het toetsenbord door om de waarheid te proberen te verwoorden. Ik las en ik schreef. Ik redigeerde, gooide weg en herschreef. Om de paar weken verwijderde ik al mijn bestanden, overschreef al mijn schijven en verbrandde ik - letterlijk, in een ketelbarbecue - al mijn aantekeningen en handgeschreven pagina's. Ik las bijna nooit meer iets wat ik schreef, omdat het louter schrijven ervan het overbodig maakte in mijn denken.
Ik verbrak alle banden - geen baan, geen vrienden, geen familie - en had slechts een paar bezittingen. Ik deed niets anders. Ik had geen andere gedachten. Ik maakte lange wandelingen, dacht na, bonkte op elke deur waar ik op dat moment doorheen wilde.
En toen was ik op een dag, na een paar jaar hiervan, plotseling klaar, zomaar: klaar. Hoewel ik er niet in deze termen over dacht, was ik verlicht, ge-satori-ed, wakker, waarheidsbewust, een Jnani, Boeddha, hoe je het ook wilt noemen. Het zou me echter nog een decennium kosten om deze nieuwe staat onder de knie te krijgen.
Mij is gevraagd of ik het allemaal opnieuw zou doen als ik de keuze had, maar het is niet iets dat ik in de eerste plaats heb gekozen. Er is nooit een beslissing genomen. Ik heb nooit een keuze gemaakt. Het is niet als een carrière pad waarbij je je doelen stelt en ernaar streeft. Het is meer alsof je over een bergpad loopt dat plotseling in modder verandert en je merkt dat je met halsbrekende snelheid het onbekende in raast en voor je het weet wordt het met halsbrekende snelheid het onbekende in razen je realiteit. En dan, op een dag, even onverwacht, word je gelanceerd in de lege ruimte en voor je het weet wordt de lege ruimte je realiteit.
Daar ben ik nu. De lege ruimte is mijn realiteit. De leegte. Geen-zelf. Ik verblijf in non-duaal, niet-relatief bewustzijn. Dit is het deel dat niet kan worden uitgelegd. Ik kan het niet in woorden vatten, zelfs niet voor mezelf. Niemand kan zeggen "ik ben verlicht" omdat er geen "ik" is. Er bestaat niet zoiets als een verlicht persoon. De persoon die deze woorden schrijft, de persoon die tot de studenten spreekt, is niet de verlichte. Mijn persoonlijkheid, mijn ego, wat ik lijkt te zijn, is slechts een nabeeld; een fysieke verschijning gebaseerd op rest-energiepatronen. Jed McKenna is als de outfit die een onzichtbare man draagt zodat hij met mensen kan omgaan zonder ze bang te maken.
Nou ja, dat is een beetje over mij.
