Ontwaken Ramakrishna Paramahansa

Ramakrishna beschreef zijn godservaring en zei: “De kamer, de tempel en alles om me heen verdween uit het zicht. Ik had het gevoel alsof er niets bestond, en in plaats daarvan zag ik een grenzeloze, stralende oceaan van intelligentie. Naar welke kant ik mijn ogen ook wendde, ik zag enorme golven van die glinsterende oceaan naar me toe stormen, en in korte tijd kwamen ze allemaal en overspoelden me volledig.

‘Ik stikte erdoor, verloor mijn normale bewustzijn en viel neer. Tegelijkertijd was ik me tot in de kern van mijn wezen ook bewust van de heilige aanwezigheid van de Goddelijke Moeder.

Over zijn nirvikalpa samadhi zei Ramakrishna: “Na de initiatie begon ‘de naakte’ me Advaita Vedanta te leren en vroeg me om de geest volledig terug te trekken en in de atman te duiken. Ik had geen moeite om me terug te trekken uit alle objecten behalve één. Dit was de maar al te bekende vorm van de Extatische* Moeder – stralend en van de essentie van Puur Bewustzijn – die voor mij verscheen als een levende realiteit en die me niet toestond verder te gaan dan het rijk van naam en vorm.

*(Blissful Mother)

In wanhoop zei ik tegen ‘de naakte’: ‘Het is hopeloos. Ik kan mijn geest niet verheffen naar de ongeconditioneerde staat en oog in oog komen te staan met de atman.’ Ze zei scherp: ‘Je kunt het niet! Maar je moet wel.’ Ze liet haar ogen rondkijken naar iets, vond een stuk glas, pakte het op, drukte de punt tussen mijn wenkbrauwen en zei: ‘Concentreer je geest op dit punt.’

‘Met strenge vastberadenheid ging ik weer zitten om te mediteren, en zodra de Goddelijke Moeder verscheen, gebruikte ik mijn onderscheidingsvermogen als een zwaard en sneed het daarmee in tweeën. Er bleef geen belemmering meer voor mijn geest, die ineens boven het relatieve vlak uitsteeg, en ik verloor mezelf in samadhi.

Ik verkeerde zes maanden in die staat van nirvikalpa. Dagen en nachten volgden elkaar onopgemerkt op. Vliegen kwamen de mond en neusgaten binnen zonder enig gevoel te veroorzaken. Haren klitten samen met stof. Soms werd zelfs de roep van de natuur onbewust beantwoord. Nauwelijks zou het lichaam deze toestand hebben overleefd, behalve dan dat een sadhu mijn toestand herkende en ook begreep dat de Moeder nog veel dingen door dit lichaam moest doen – dat veel mensen er baat bij zouden hebben als het behouden bleef. Dus als het tijd was om te eten zocht hij wat bij elkaar en bracht me weer terug naar het externe bewustzijn door het lichaam flink te slaan. Zodra er sporen van bewustzijn werden waargenomen, duwde hij het voedsel in de mond.

Na enkele dagen in deze toestand hoorde ik het bevel van de Moeder: ‘Blijf op de drempel van relatief bewustzijn (bhavamukha) voor de instructie van de mensheid.’ Toen verscheen bloederige dysenterie. Er was acute kronkelende pijn in de darmen. Door dit lijden van zes maanden kwam het normale lichaamsbewustzijn langzaam weer boven. Of anders ging de geest zo nu en dan vanzelf naar de nirvikalpa-samadhi.

De natuurlijke neiging van deze (mijn) geest is opwaarts (in de richting van de nirvikalpa-samadhi). Als dat eenmaal is bereikt, houdt het er niet van om naar beneden te komen. Ter wille van jullie (discipelen) sleep ik het noodgedwongen naar beneden. Neerwaartse aantrekkingskracht is niet sterk genoeg zonder een lager verlangen. Dus creëer ik wat onbeduidende verlangens, bijvoorbeeld om te roken, om water te drinken, om een bepaald gerecht te proeven, of om een bepaald persoon te zien, en presenteer ze herhaaldelijk aan mijn geest. Dan alleen komt de geest langzaam tot leven, naar het lichaam. Nogmaals, terwijl het naar beneden komt, kan het weer naar boven schieten. Opnieuw moet het dan door zulke verlangens naar beneden worden gesleept.”

(Uit de woorden van Sri Ramakrishna Paramahamsa, zoals gesproken tot zijn discipelen tijdens het laatste deel van de 19e eeuw)