Longchepa: hoe te mediteren

In deze tekst, het elfde hoofdstuk van de Shingta Chenpo, legt Longchenpa (1308 -1363) gedetailleerd uit op welke wijze mensen van hoge, gemiddelde en lagere begaafdheid dienen te mediteren.

De noodzaak te mediteren

Als je de zienswijze (van Dzogchen) verwerkelijkt hebt, schouw dan vanuit de meditatieve staat. Anders zul je de bevrijding van de vele  emotionele smetten niet volbrengen en zul je niet in staat zijn de stadia en de paden te vervolmaken. Daarom moet je meditatie beoefenen. Contemplatie is schouwen vanuit de natuurlijke staat, die natuurlijk zuiver is als de ruimte, omdat hij vrij is van begrippen, twijfels en verwachtingen. Bestudeer het pad, overpeins het en betreed het door het in praktijk te brengen, want het is noodzakelijk de essentiële betekenis in jezelf op te wekken.

Fortuinlijke mensen met een hoge begaafdheid, die in het verleden verdiensten hebben verzameld, bereiken bevrijding door de introductie van een leraar, louter door direct de natuurlijke staat van de Geest te realiseren. De aard daarvan is als de ruimte, en overstijgt meditatie en niet-meditatie. Altijd blijven zij op natuurlijke wijze in de staat van de yoga van de stroom van de Geest, zonder dat er inspanning nodig is om te kunnen mediteren. Wie de volkomen verwerkelijkte staat bereikt, is bevrijd van gehechtheid aan het bestaan. Voor zo’n iemand is er geen tegengif (tegen passies en onwetendheid) meer nodig om op te mediteren. Daarom kent de verwerkelijkte staat geen meditatie. Voor wie blijft in de continuïteit van de afwezigheid van gehechtheid is dit leven een spel zonder bepalingen, dimensieloos en zonder onderbreking. Het is genieten van het Boeddhaveld van de zelf-bevrijdende oorspronkelijke Boeddha. Hierin zijn geen niveaus of wegen, omdat deze staat nergens heen gaat. Er zijn geen verduisteringen van het gewaarzijn, omdat er niets is dat wordt gadegeslagen.

Verduisteringen en fouten treden op wanneer de beoefenaar van meditatie de geest gadeslaat. Deze is niet waarneembaar door hem gade te slaan. Er naar kijken wordt zelf de verduistering. Willen gaan naar waar geen plaats is om heen te gaan, wordt zelf de dwaling. Als je eenmaal de zekerheid hebt dat je geest spontaan de ware, oorspronkelijke Boeddha is, realiseer je je dat het niet nodig is Boeddhaschap na te streven.

Voor mensen met een gemiddelde of lagere begaafdheid is het noodzakelijk om met grote toewijding te mediteren, omdat zij niet bevrijd zijn van het idee van een zelf, wat de oorzaak van samsara is. Het onderscheid tussen meditatie en niet-meditatie hangt ervan af of de concepten van degene die begrijpt en dat wat begrepen wordt, en de verdeling in object en subject, wel of niet in zijn bewustzijn zijn opgelost. Zolang hetgeen in het bewustzijn oprijst niet zelf-oprijzend en zelf-bevrijdend is, zijn alle gedachten gewone begrippen, die leiden tot wedergeboorte in de lagere gebieden. Door te mediteren om zodoende die begrippen tot rust te brengen, zal wijsheid, dat is de bevrijding van verschijnselen, op een gegeven moment ongetwijfeld verschijnen. 

Innerlijke rust temt emotionele verduisteringen, inzicht ontwortelt hen. De vereniging van innerlijke rust en inzicht, de verwezenlijking van helderheid en leegte, vrij van extremen, bevrijdt ons van samsara. 

Mensen met een hoge begaafdheid zijn als op een gouden eiland: zelfs als je zoekt, zul je geen aarde of stenen vinden, maar alleen maar goud. Al wat oprijst is reeds bevrijd in het uiteindelijke. Daarom zijn de tegengiften gereinigd en opgegaan in het uiteindelijke en zijn formele periodes van zittende meditatie niet meer nodig. 

Nadat mensen met een gemiddelde begaafdheid de zienswijze hebben verwerkelijkt door zonder te bewegen te schouwen in de staat van geboorteloosheid en helderheid, die vrij is van traagheid en uitbundigheid, als een niet-verontreinigde vijver met helder water, verbinden zij innerlijke rust en inzicht en lossen de begrippen op in de ultieme ruimte, en rijst verwezenlijking op die net is als de ruimte zelf.

Mensen met een lagere begaafdheid moeten mediteren en hun verstand, dat wild is als een aap en zelfs niet voor even ergens verblijft, temmen door middel van op één punt gerichte concentratie oefeningen en het cultiveren van innerlijke rust. Meditatie is het tegengif. Als het je begint te lukken om je te concentreren, mediteer dan op het onderscheidende inzicht, zoals leegte, de afwezigheid van inherent bestaan in de verschijnselen en de illusoire aard van alle verschijnselen. Zo zul je de betekenis van geboorteloosheid realiseren.

De weg van contemplatie voor mensen met een gemiddelde begaafdheid

Water heeft het vermogen te weerspiegelen, maar als er sterke golven zijn, verschijnen er geen weerspiegelingen. Zo bezit de geest spontaan eigenschappen als voorkennis, maar door de snelheid van de golven van redenerende gedachten manifesteren deze eigenschappen zich niet. Daarom is het belangrijk om éénpuntig en geconcentreerd te leren schouwen. Als je zo waarneemt zullen de verstorende golven van mentale begrippen verdwijnen en zal het licht van zelfverlichtend bewustzijn op natuurlijke wijze schijnen. Kijk daarom zonder de geest te verstoren, dan wordt het als water dat rustig weerspiegelt.

Kijk en wees vrij van extremen. Voor een onbeweeglijk lichaam is er de zevenvoudige fysieke houding: de benen gekruist, de handen in de contemplatieve houding, de ruggengraat recht, de tong tegen het gehemelte, de adem langzaam, de ogen gericht op neushoogte en de nek licht gebogen.

Voor onbeweeglijke zintuigen: de ogen gericht zonder beweging. Houd de zintuiglijke vermogens van oor, neus, tong, lichaam en geest niet tegen. Welke vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en gedachten zich voordoen, sluit de deur van hun oprijzen niet en ga ook niet achter ze aan. Als die zintuiglijke vermogens gesloten worden, zullen de vijf verlichte ogen, zoals de goddelijke ogen en de zes wijzen van voorkennis van de geest, die de deugden van het gereinigd aspect van de zintuiglijke vermogens zijn, niet worden bereikt.

Als (tijdens het mediteren) de gedachten gevolgd worden, zal de voortdurende keten van gedachten nooit ophouden en zul je nog steeds niet te onderscheiden zijn van een gewoon persoon. Schouw daarom in de bewegingloze vijver van de zintuiglijke vermogens, terwijl de diverse verschillende objecten onophoudelijk oprijzen, als weerspiegelingen van de sterren en planeten. Als de diverse objecten niet worden gevat door gedachten, dan zullen niet alleen de verschijnende objecten geen schade toebrengen aan je contemplatie, maar zullen hun goede eigenschappen oprijzen. Dit wordt de oorspronkelijke wijsheid zonder gedachten genoemd, omdat de vormen verschijnen maar er geen begrippen zijn. Als er geen vormen verschijnen, dan is er geen intellect dat ze ziet en is er geen sprake van met of zonder gedachten zijn en zal er geen oorspronkelijke wijsheid zonder concepten zijn.

Als de objecten verschijnen aan de zintuigen, realiseert de meester van onderscheidend gewaarzijn daarom direct het ophouden van het komen en gaan van gedachten. Dat wordt aangeduid als het ophouden van het ademen. Alhoewel het ademen door mond en neus voortduurt, zijn er geen heen en weer gaande gedachten. Het ophouden van het vormen van begrippen wordt aangeduid als de dood van gedachten. Waar geen begrippen gevormd worden, is geen behoefte aan meditatie als hun tegengif, noch aan wijsheid, want wijsheid is vrijheid van het vormen van begrippen en dat is het tegengif tegen het vormen van begrippen. Als je het wezenlijke punt van het ophouden van het ademen vervolmaakt, schaden de zintuigen de contemplatie en het heldere zien niet, maar helpen zij haar voort te gaan.

Voor een onbeweeglijke geest: de contemplatie in de vrijheid van extremen treedt spontaan op wanneer het lichaam en de zintuiglijke vermogens bewegingloos zijn. Het is de contemplatie die niet weg gaat uit de staat van de heldere, stralende geest, vrij van projecties en terugtrekkende bewegingen. Als je dan wordt afgeleid door begrippen over de substanties van de objecten die uitwendig verschijnen en over de insubstantiële dingen van de inwendige geest, wordt de aangeboren Boeddha-essentie verduisterd. Daarom moet je geen enkele gedachte of gehechtheid hebben aan samsara en nirwana als slecht of goed, en zelfs niet aan de contemplatie.

Als je geen begrippen maakt over substanties of van het niet-substantiële, zullen er ook geen gedachten zijn over andere dingen. Dan lossen alle bewegingen van gedachten op in de basis van Bewustzijn. Als dan de geest onveranderlijk en stabiel wordt, bereik je bevrijding van samsara en zul je niet gehecht zijn aan jezelf, aan anderen en aan gedachten van dualiteit.

Als je op deze wijze schouwt, zal elke begripsvorming worden bevrijd. Als dan de begrippen overstegen worden in de ultieme aard en alle gedachten oplossen in de ultieme ruimte, rijst de Stralende Grote Volmaaktheid op, de verwezenlijking van de Ene smaak als de Dharmakaya, die zelfs gelukzaligheid, helderheid en geen-gedachten en de ervaring daarvan overstijgt. Als de uit zichzelf oprijzende aangeboren oorspronkelijke wijsheid in de geest van de yogi opkomt, ziet hij volkomen moeiteloos de onscheidbare identiteit van leegte en de verschijnselen en de ultieme aard van verschijnselen, de ongeboren aard. De Geest rijst op als het spel van non-dualiteit van samsara en nirwana, de oorspronkelijke wijsheid die bestaan en niet-bestaan overstijgt, en wiens aard onveranderlijke helderheid is. Dan rijst de oorspronkelijke wijsheid op, waarin de gekende objecten en het kennende intellect niet verschillend zijn. Na enorme vooruitgang in het ervaren van de oorspronkelijke wijsheid van het niet vormen van begrippen, zullen goede resultaten, zoals het Pad van Inzicht, spontaan bereikt worden.


De acht wijzen van contemplatie 

Door in de Geest, die is als de hemel, de gedachten aan mentale gebeurtenissen op natuurlijke wijze te laten zijn, lossen zij op als wolken, die in de lucht verdwijnen. Schouw in de staat van die zienswijze de aard van de lucht, zonder af te dwalen.
Schouw met helderheid terwijl je verblijft in de staat die niet verontreinigd is door begrippen van iemand die begrijpt en dingen die begrepen worden. Doe dat in helderheid, zonder traagheid, kalm, zonder uitbundigheid, als een vredige oceaan, die blijft waar hij is. 

Schouw terwijl je verblijft in de staat van de Geest, die van zijn oorsprong af leeg is als ruimte, zonder projecties en het terugtrekken van gedachten.

Beschouw de geest terwijl je verblijft in de onveranderlijke staat, als de berg Meru, zonder verijdelen of verdedigen, zonder verwachting of twijfel.

Beschouw terwijl je verblijft in de staat van zuiverheid en helderheid van Geest de objecten van verschijnselen die verschijnen aan de zintuigen. Doe dat levendig, zonder concepten van begrijpen of af te dwalen.

Schouw terwijl je verblijft in de levendige helderheid en zuiverheid, zonder traagheid of uitbundigheid. Als je zo schouwt, zul je de verschijnselen verwerkelijken als leegte, als regenbooglichten.

Beschouw de Geest terwijl je verblijft in de staat van de ultieme aard, naakt en direct, zonder af te dwalen, als het afschieten van een pijl.

Heb vertrouwen in het verwerkelijken van het Ultieme Lichaam op zijn eigen plaats, door op natuurlijke wijze de Geest te beschouwen. Schouw dan door te ontspannen in de staat van vrijheid van verwachtingen en twijfels. Het is niet nodig actief herinneringen op te wekken. Ontspan de drie deuren op natuurlijke wijze en blijf eenvoudigweg, zonder af te dwalen. Ook als de geest afgeleid is, omdat hij in de gewone staat terug gevallen is, beschouw dan op natuurlijke wijze de gewone geest, zonder af te dwalen.

In deze contemplatie is niet iemand die begrijpt en iets dat begrepen wordt. Daarom zijn het natuurlijke, zuivere beschouwingen. Zij zijn de vereniging van innerlijke rust en inzicht. Alhoewel gezegd wordt dat het aspect van hun verblijven in ‘wat het is’ innerlijke rust is, en het aspect van hun helderheid inzicht is, zijn zij in feite ondeelbaar. Dit wordt hun vereniging genoemd. Op dat punt, zonder onderscheid van de beide aspecten, valt het concept van innerlijke rust weg en het inzicht wordt niet langer ervaren als inzicht. Zij zijn ondeelbaar, de aangeboren vereniging. 

De zeven aspecten van voortgang op het pad

Als het intellect tot rust gebracht is in de staat van Geest die gedachten en uitdrukkingen overstijgt, rijst de heldere, stralende en onveranderlijke oorspronkelijke wijsheid voor de eerste keer op. Dit is de zich manifesterende oorspronkelijke wijsheid, het Pad van Bijeenbrengen. Het is de volmaaktheid van stralende oorspronkelijke wijsheid.

Wie de stralende, zich manifesterende oorspronkelijke wijsheid heeft verwerkelijkt, heeft de Geest herkend, de aangeboren wijsheid. Door het pad van bevrijding op te gaan, is het zaad van verlichting in hem gezaaid. Als iemand de Geest, de stralende grond van oorspronkelijke wijsheid, herkent, worden de opkomende gedachten ogenblikkelijk bevrijd. Omdat alle handelingen uitsluitend deugden zijn geworden, wordt hij vrij van gehechtheid aan de diverse verschijnselen, aan de vijf externe objecten (van horen, zien, ruiken, voelen en proeven) en aan herinneringen, ontkenningen en bevestigingen van de geest. Door de staat van helderheid en leegte van de geest ondervindt hij de deugden van het ontwikkelen van mededogen naar alle levende wezens zonder onderscheidingen van afstand en dimensies. Ook inspireert hij anderen tot deugdzame handelingen. Hij geeft niet toe aan afleidingen en verstrooiingen en geniet van eenzaamheid in de bergen en de bossen. Zelfs in zijn dromen zullen er slechts zuivere, deugdzame gedachten zijn. Omdat zijn lichaam, stem en geest in hoge mate getraind zijn, ontwikkelt hij de eigenschappen van het Pad van Bijeenbrengen en ziet hij diverse lichtende visioenen op de plek waar hij mediteert.

Wanneer men door de hierboven genoemde meditatie grote vooruitgang heeft gemaakt, en de verduisteringen van de leegte en de helderheid van de geest zijn afgenomen, worden wijsheid, contemplatie en ervaringen steeds krachtiger. De externe verschijnselen zullen spontaan gezien worden als dromen en illusies. De verwerkelijking dat de diverse fenomenen Eén smaak hebben zal oprijzen en voortduren in de staat die is als de ruimte. Dit is de oorspronkelijke wijsheid van vooruitgang. 

Als dan de verwerkelijking helemaal onbezoedeld is geworden, bereikt men buitengewone tekenen van de buigzaamheid van lichaam en geest. Men blijft dag en nacht in de verenigende buitengewone contemplatie en kan daar onmogelijk van gescheiden worden. Uit mededogen handelt men voor het welzijn van levende wezens en ontwikkelt men een ongewone ommekeer en een definitief overstijgen van samsara. Zelfs in dromen ziet men verschijnselen als dromen en illusies. Er zal geen worm in het lichaam zijn noch luizen en hun eieren op het lichaam. Dit zijn de verworvenheden van de tekenen van het Pad van Toepassing en men bereikt spoedig het Pad van Zien.

Wie de Geest heeft gezien, de onbesmette stralende oorspronkelijke wijsheid, bereikt wat bekend staat als de zelf verwezenlijkte oorspronkelijke wijsheid. Dan zal de energie in de chakra’s van het hart gereinigd worden. Zien wordt zuiver en onverduisterd, voorkennis neemt toe. Men is bevrijd van allerlei emoties en gehechtheid die ontstaat door de eigen verbeelding.

Te oefenen in wat reeds gezien is, is het pad van meditatie. Men bereikt lagere, midden en hogere cycli op dit pad en op elk stadium bereikt men een veelheid van de hiervoor genoemde deugden en handelt men voor het welzijn van alle levende wezens. Van het eerste tot en met het zevende stadium zullen er nog dingen begrepen worden in de perioden waarin men niet mediteert, en zijn er nog verschillen tussen meditatie en niet-meditatie. In de drie daaropvolgende zuivere stadia zijn er geen directe gedachten en zijn meditatie en niet-meditatie verenigd. Hier heeft alles één smaak, die van de oorspronkelijke wijsheid zelf. 

De oorspronkelijke wijsheid van het meditatie pad wordt de volledig verwerkelijkte oorspronkelijke wijsheid genoemd. Wie gemediteerd heeft op de acht nobele paden, heeft de smetten van de negen stadia van het meditatieve pad gereinigd. 

De wijze van meditatie voor mensen met een lagere begaafdheid

De eerste vraag is hoe rust te vinden. Je moet schouwen op een plaats waar geen gevaar is dat de contemplatie verstoord wordt door mensen, plezier en lawaai, waar de geest op natuurlijke wijze kan ontspannen. Zit op een comfortabele zitplaats met gekruiste benen, bedek je knieën met je handpalmen en visualiseer de drie kanalen van het lichaam. Als je uitademt, denk dan dat je uitademt door het witte kanaal aan de rechterkant van het lichaam en door het rechter neusgat, en dat alle ziekte, schadelijke effecten en ondeugdelijke verduisteringen verwijderd worden, als rook door een schoorsteen. Als je inademt, denk dan dat de absorpties (in de meditatieve staat) van de Boeddha’s in de vorm van licht zijn binnengegaan door je linker neusgat en door het rode kanaal aan de linkerkant van het lichaam en dan het centrale kanaal zijn ingegaan. Houd dan onder je navel even kort je adem in door de adem een beetje naar beneden en naar boven te duwen. Adem dan langzaam uit zoals voorheen, maar houd een beetje adem in. Wanneer gelukzaligheid en devotie enzovoort oprijzen, houd dan je adem even in. 

Door gedurende enkele dagen en nachten het ademen te oefenen zal de innerlijke rust van een heldere en stralende geest, die zonder begrippen is, oprijzen. Omdat er dan geen moment is van grove ademhaling en er geen gedachten zijn, zullen de witte maan en de rode zon, de essentie van het rechter- en linkerkanaal, stabiel worden. In die stabiliteit zal er zelfs geen subtiele beweging van lucht zijn omdat je in de staat van niet-denken in het centrale kanaal blijft en daardoor de ingeboren oorspronkelijke wijsheid verwerkelijkt.

Oefen, nadat je de grove gedachten onderworpen hebt, in de vier grenzeloze staten van de geest, zoals mildheid, en mediteer op de Geest van Verlichting. Als je nog niet bekwaam bent in de meditatie zonder gedachten, beschouw dan een of ander deugdzaam object, zonder af te wijken naar een ander object. Zo lang je de concentratie op een object niet loslaat, is er geen projectie van gedachten en zijn geest en lichaam op hun gemak, wordt het spreken minder, worden woorden vriendelijk en rustig en wordt het voorkomen waardig. 

Mediteer erop dat de verschijnselen vanaf hun begin niet bestaan maar verschijnen als de acht illusoire voorbeelden. In hun ware betekenis zijn de onzuivere waarnemingen van de misleide geest, dat wil zeggen alle dingen, de wereld en alle levende wezens, net als de zuivere waarneming van het drievoudig juweel niet-bestaand, als een droom. Maar in de misleide geest verschijnen zij als gevolg van de opeenhoping van gewoonten. Alle verschijnselen lijken waar te zijn, maar zij zijn vals en onecht, omdat zij verschijnen aan de dualistische waarneming. Ook de Boeddha’s die verschenen zijn aan de misleide waarneming zijn vals en onecht, omdat zij de aard van gemanifesteerde lichamen hebben, als weerspiegelingen van de maan in het water, terwijl de Boeddha’s zelf niet afdalen uit de ruimtes van het Ultieme Lichaam en het Lichaam van Gelukzaligheid. De zuivere aard van de Boeddha’s, die aanwezig is in de onovertroffen zuivere ruimte, is echter niet vals of onecht.

Als gevolg van misleide gedachten lijkt het dat je leven na leven ronddoolt in samsara en afwisselend lijden en vreugde ervaart en opeenvolgende levens doormaakt. Vanuit de zienswijze van de ongeboren staat van de Geest is er op het moment zelf van het ronddolen geen onderscheid tussen ronddolen en niet ronddolen in samsara. De droomachtige verschijnselen van misleiding zijn niet-bestaand op het moment van hun verschijnen,  zelfs tijdens de slaap van misleide gewoonten.

Beschouw dit helder, maar zonder gedachten. Dit is de meditatie van alles te zien als ruimte, zonder enige begripsvorming, ook niet het waarnemen van de dingen als illusies. Door deze oefening zal ook de gedachte dat externe verschijnselen waar zijn of niet waar zijn ophouden. Als je je het niet-begrijpelijke van de objecten van gedachten realiseert, realiseer je je dat degene die begrijpt niet bestaat, omdat de gedachte van het begrijpen, en daarmee het aspect van gehechtheid aan het object, niet bestaan. Mediteer op het realiseren van de aard van niet-bestaan van de dingen en de aard van het overstijgen van concepten. 

Analyse van de contemplatie 

Als in de geest de keten van gedachten opkomt van wel of niet sympathiek vinden, van waar en onjuist, van vreugde en verdriet, probeer die dan te onderzoeken zonder zelf maar voor een moment af te dwalen: waar kwamen de gedachten aan het begin vandaan, waar blijven ze nu en waar gaan ze aan het eind naar toe? Wat is hun kleur en vorm en wat zijn hun eigenschappen?

Het bestaan van de geest waarnemen is een verontreiniging door gedachten. Omdat hij in zijn ware betekenis geen bestaan heeft, heeft de geest geen oorzaak die hem doet oprijzen. Dus is hij leeg van de oorzaak van oprijzen. Er is niets dat bestaat, omdat niets geboren is. Daarom is de aanwezigheid van de geest leegte van wezens en dingen. Omdat de geest niet aanwezig is, is er niets dat moet ophouden. Daarom is het ophouden van de geest zonder eigenschappen. De geest heeft geen kleur en geen vorm en er is niets dat getoond of gevonden kan worden, ook niet als je hem grondig onderzoekt, van buiten, van binnen en daar tussenin. Je vindt daar niets. Daarom is het niet-vinden van de geest een staat als de ruimte, helder, gelijkvormig, vrij van aanduidingen en analyse. Kom los van het idee dat er iemand is die handelt. Dit is de zienswijze van de aard van het Ultieme Lichaam.

Het loslaten van de eerdere ervaringen is als uitrusten nadat je uitgeput was van het dragen van zware lasten. Het doel van het toepassen van grove en subtiele analyse is een totale ontspanning, zoals bij het bereiken van het doel of van de rustplaats toen je totaal uitgeput was. Blijf in overeenstemming met deze traditie in totale ontspanning en mediteer, in de staat waarin alle verschijnselen zich duidelijk, volledig en volmaakt tonen, vrij van alle herinneringen en gedachten en zonder dat de natuurlijke gloed van gewaarzijn en gelukzaligheid ophoudt. 

Als je mediteert en de geest éénpuntig concentreert, is het in het algemeen natuurlijk dat de geest projecteert. Als je de geest tot rust brengt en denkt ‘ga maar waarheen je wilt,’ zal hij blijven zoals hij is, als een kameel. Als je de geest laat gaan en zegt ‘kom zelfs niet voor een moment terug,’ lijkt het wel dat hij weggegaan is, maar zal hij innerlijk terugkeren en blijven als de inwonende leegte. Het is als een kraai in een boot. Als de geest geprojecteerd wordt naar de objecten, zoals de vormen, zal de geest nog voor geen moment op hen vertrouwen, omdat de objecten onwerkelijk zijn. De geest zal terugkeren en in de leegte blijven, vrij van de banden van analyse. Zo zal een kraai die uitvliegt van een boot in de oceaan niet op andere objecten landen, maar zal hij terugkomen op de boot.

Als je ervaart wat het betekent dat je de gedachte van gehechtheid aan ‘ik’ en ‘zelf’ niet vindt als je die onderzoekt, realiseer je het niet-bestaan van een ‘zelf’ of van een ‘persoon’ die denkt. Al eerder heb je het niet-bestaan van het ‘zelf van verschijnselen’ gerealiseerd, omdat hetgeen wordt waargenomen of begrepen in zijn essentie niet-bestaand is.

Nadat je de leegte van zowel het zelf als die van ieder verschijnsel hebt gerealiseerd, realiseer je ook dat de omstandigheden waaronder men in samsara geboren wordt en het subject dat geboren leek te zijn, niet bestaan. De bevrijding van samsara als in zijn ware aard niet bestaand is het bereiken van de zienswijze van nirwana, omdat samsara niets anders is dan geest zelf. Als je dit realiseert, bereik je in dit leven, of anders zeker in het volgende leven, bevrijding.

De staat van verwerkelijking van de betekenis van de grote, uitgestrekte zienswijze is als een boot. Als je daarin blijft, steek je de samsarische oceaan van begripsvorming over en verenig je je intellect zonder begrippen met de Grond, die oorspronkelijk vrij is van begripsvorming. Omdat de ultieme ruimte en wijsheid onscheidbaar geworden zijn, wordt dit de staat van Grote Volmaaktheid genoemd.