Korte introductie tot Dzogchen

Dzogchen komt oorspronkelijk uit Tibet en bevat zowel een groot aantal, vaak mondeling overgedragen leringen als een specifieke meditatiepraktijk die gericht is op het bereiken of realiseren van verlichting – de natuurlijke staat of conditie die inherent puur, alomvattend, tijdloos en helder is, en die hier en nu herkend zou kunnen worden als de eigen natuur.

 

Lees meer

Dzogchen beoefening in het alledaagse leven, door Dilgo Khyentse Rinpoche

De alledaagse praktijk van dzogchen is simpelweg het ontwikkelen van een volkomen zorgenvrije acceptatie, een openheid, zonder enige begrenzing, naar alle situaties.

We zouden openheid als de speeltuin van onze emoties moeten leren zien en ons tot andere mensen moeten verhouden zonder enige kunstmatigheid, manipulatie of strategie.

We zouden alles totaal moeten ervaren, en ons nooit moeten terugtrekken in onszelf, zoals een marmot zich in zijn hol verbergt. Deze beoefening maakt enorm veel energie vrij die normaliter ingehouden wordt door het proces van vasthouden aan gefixeerde referentie punten. Ergens aan refereren is het proces waardoor we ons terugtrekken uit de directe ervaring van het alledaagse leven.

 

Lees meer

Chogyal Namkhai Norbu: De vergelijking met een spiegel

En als voorbeeld, van deze leegte wordt gezegd dat het net is als de fundamentele puurheid en helderheid van een spiegel. Een meester zou de leerling een spiegel kunnen laten zien en uitleggen dat de spiegel zelf niet oordeelt of de reflecties die er in verschijnen mooi of lelijk zijn; de spiegel wordt niet veranderd door welke reflectie dan ook die er in verschijnt, noch wordt zijn vermogen om te kunnen weerspiegelen daardoor ooit aangetast. Dan wordt uitgelegd dat de lege natuur van het bewustzijn net is als de natuur van een spiegel, puur, helder, en doorschijnend. Wat er ook maar verschijnt, de lege essentie van het bewustzijn kan nooit worden verloren, beschadigd of bezoedeld.

Lees meer

De vijf principes van realisatie en bevrijding

Het eerste principe is bewust worden van onze gedachten en de aard van het denken. Door de positie in te nemen van alleen maar waarnemer zijn van gedachten en beelden die komen en gaan ontdekken we dat alle gedachten hetzelfde zijn: het zijn tijdelijke verschijningen die net als wolken aan de hemel komen en gaan. Maak de ene gedachte niet belangrijker dan de andere. Als we geen aandacht schenken aan welke gedachte dan ook maar in de rol van waarnemer blijven, lijkt de ruimte van het bewustzijn meer open te worden en eisen de gedachten minder aandacht op. We ontdekken dat alle gedachten zonder substantie of belang zijn. We zouden kunnen zeggen dat onze gedachten net zoals wolken “leeg” zijn: verschijnselen zonder enige kern of wezen.

Lees meer

Dzogchen meditatie instructie

Hulde en dankbaarheid voor hen die voor mij kwamen, en die hun liederen zongen over ontwaken en bevrijdende realisaties over de aard van het bestaan.

De liederen die naar deze aard verwijzen kunnen bij degenen die dat horen een diep doordringende glimp van herkenning geven, en kunnen zo inspireren tot oefeningen die gericht zijn op het stabiliseren in onze meest basale Natuur ten midden van alle spontaan verrijzende omstandigheden.

De vrucht van deze beoefeningen, vrij van te voren bedachte doelen en uitkomsten, rijpt als de heldere realisatie van onze meest essentiële natuur moeiteloos duidelijk is geworden, in alle mogelijke omstandigheden en in alle staten van ervaring.

Lees meer

Advies over aanwezigheid en bewustzijn. (Namkhai Norbu Rinpoche)

Deze tekst door Namkhai Norbu Rinpoche werd oorspronkelijk in het Tibetaans geschreven. Het werd daarna in het Italiaans vertaald door Adriano Clemente, in het Engels door John Shane, en nu dan in het Nederlands. Het werd als een klein pamflet gepubliceerd ter ere van de eerste Internationale Conferentie over Tibetaanse Geneeskunst die in 1983 in Venetië en Arcidosso, Italië werd gehouden. Het geldt als een precieze en gedetailleerde instructie over het meest essentiële aspect van de Dzogchen praktijk.

Een beoefenaar van Dzogchen moet heel precieze aanwezigheid en bewustzijn hebben. Totdat men werkelijk en waarlijk zijn eigen geest (1) kent en die kan besturen met bewustzijn blijven de zeer vele verklaringen die over de realiteit worden gegeven niets meer dan inkt op papier of kwesties voor discussie onder intellectuelen zonder de mogelijkheid van de geboorte van enig begrip van de werkelijke betekenis. In de Kun-byed rgyal-po, een tantra van Dzogchen, wordt gezegd dat: “De Geest creëert zowel Samsara als Nirwana, dus het is nodig dat men deze Koning, die alles creëert, kent!”

Lees meer

De briljante helderheid van altijd aanwezig gewaarzijn (Ken Wilber)

De grote zoektocht 

De realisatie van de non-duale tradities – Zen, Advaita, Dzogchen– is radicaal en compromisloos: er is alleen maar Absoluut Bewustzijn, niets anders dan Spirit, en er is alleen maar God, er is alleen maar Leegte in al zijn schitterende wonderlijkheid. Al het goede en al het kwade, het allerbeste en het allerslechtste, het geslaagde en het gedegenereerde – elk en allen zijn radicaal perfecte manifestaties van Spirit precies zoals ze zijn. Er is niets anders dan God, niets anders dan de Godin, niets anders dan Absoluut Bewustzijn in alle richtingen, oneindig, en geen stofje, geen korreltje zand is meer of minder Spirit dan wat dan ook. 

Lees meer

Wat is Leegte?

Interconnected
 

 

Leegte betekent: verbondenheid, openheid en bevrijding. Het speelt een sleutelrol in het begrijpen waarom  verlichting mogelijk is, wat het ons doet ontdekken en hoe daardoor ons gevoel van identiteit radicaal verandert. 

Lees meer

Een introductie tot Eén Smaak

Alan Chapman

Sinds mijn verlichting zo’n 17 maanden geleden is er een zich ontvouwend proces geweest waarin sprake was van een natuurlijk afnemen van al die neigingen voortkomend uit onwetendheid (al die gewoontes en reacties die gebaseerd zijn op een inaccurate visie van zelf en realiteit, ontwikkeld voor het ontwaken), en een bewust gevecht met die elementen van mijn visie, gedrag en deelname aan het sociale verkeer die nooit zouden veranderen zonder de toepassing van inzicht en inspanning.

Lees meer

Visualisatie van een gigantisch lichaam

Dit is een visualisatie oefening waarbij je je eerst een gigantisch lichaam voorstelt waar je vervolgens in gedachten door heen gaat reizen. Deze oefeningen kunnen op den duur een diepe – direct lichamelijk gevoelde – ervaring van ruimte en vrijheid geven, en zijn daarom misschien wel veel krachtiger dan het mentaal eigen maken van ideeën. Wie een maand lang deze oefeningen doet kan een compleet andere lichaamservaring krijgen – veel opener, veel lichter.

 

Lees meer

Instructies voor het staren naar de hemel (sky-gazing)

Als je geïnteresseerd bent in het hebben van een directe ervaring van het verlichte bewustzijn dat “rigpa” wordt genoemd is hier een methode die gemakkelijk te begrijpen en toe te passen is. Het is de belangrijkste oefening in Dzogchen.

 

De praktijk van het staren naar de hemel: Zit rechtop op een stoel of kussen en kijk naar de hemel met een ongehinderd uitzicht, liefst op een wolkeloos moment, zodat je naar de blauwe hemel kijkt. Het effect van deze oefening wordt nog sterker als je op je rug boven op een berg ligt. Als je zit, zorg dat je met je rug naar de zon toe zit. Kijk enigszins omhoog, met de ogen op een punt gericht en zonder te bewegen, en staar dan rechtstreeks in de ruimte.

 

Lees meer

Dertig oprechte adviezen

Vanuit de oneindige hemel van ongerept bewustzijn, de totaliteit van ervaring, en de grote wolken van aspiraties en gebeden stromen warme stralen van compassie en elixer naar beneden, waardoor de drie vormen (1) in de geesten van de leerlingen tot rijping komen. Ik buig voor u, mijn leraar, mijn beschermer, de hoogste onder de Drie Juwelen (2).

Met sterkere aspiraties was ik misschien wel aan de traditionele meditatie oefeningen begonnen, maar ik leverde geen inspanning en nu ga ik het schemerduister van een leven zonder betekenis in. Ik had wel de intentie om de oude meesters te gaan volgen, maar ik heb het opgegeven en zie dat ook bij anderen gebeuren. Vandaar deze schets van 30 oprechte adviezen; mogelijk roepen ze nog wat vastberadenheid in mij op.

Echt jammer! Je hebt op de een of andere manier een flinke groep volgelingen opgebouwd; je zorgt voor een groot instituut waar alle omstandigheden juist zijn. Maar het zorgt allemaal alleen maar voor conflicten en ideeën als: “dit is van mij”.

Leef alleen – dat is mijn oprecht advies.

Lees meer

Longchenpa: de kostbare schat van de

zuivere geest in de natuurlijke staat.

 

 

Pure aanwezigheid heeft geen breedte of diepte,

geen hoog of laag

en deze onbegrensde onbepaaldheid

sluit ieder soort referentiepunt uit;

Pure aanwezigheid heeft geen agenda,

doet niets, gaat nergens naar toe

en de afwezigheid van tijd en tegenstelling

voorkomt elk vastleggen van een doel.

Elk bedrieglijk referentiepunt resulteert in gevangenschap

Dus, streef geen enkel doel na, ontspan in de totaliteit!

 

Lees meer

Dudjom Rinpoche Jigdral Yeshe Dorje

Heilzame woorden voor de geest.

 

Lees meer

The Highest Maha Ati Teachings

Chögyam Trungpa Rinpoche in Great Britain

by RIGDZIN SHIKPO

Introduction

In the early 1960s the young abbot of the Surmang group of monasteries in Tibet came to Oxford to study fine art. He was part of the diaspora of Tibetan teachers forced to flee their homeland by the invading Chinese. This young abbot’s name was Chögyam Trungpa Rinpoche, and he was the first genuine teacher of Tibetan Buddhism to come to the West.

He taught Buddhism at the highest level and was able to make the most profound teachings accessible to many people. I was fortunate enough to meet him in 1965, and when visiting him in Oxford with a friend, asked him some questions concerning a particular Tibetan text. He exclaimed: “You have brought me my own text!” and apparently as a result of this he decided to introduce us to dzogchen, the great perfection, or maha ati as he termed it. He began by addressing some very simple questions, and used his answers as a basis for developing the theme of the maha ati teachings in an extremely inspiring way.

Lees meer

History of Dzogchen

Dzogchen, or The Great Perfection, is associated with the Tibetan Buddhist school of Nyingma (the oldest one of four main schools) and the Tibetan Bon religious tradition. We know very little about the actual and precise history of this tradition before perhaps the 8th century C.E.(as it has developed in both the Buddhist and native Bon lineages).  In the early 20th century a treasure trove of religious and secular documents were discovered in caves at Dunhuang, China (near the eastern Tibetan border) and from TIbetan documents, perhaps spanning the 5th Century C.E. to the early 11th Century C.E. when this cave was sealed, scholars are unraveling many clues trying to trace the actual origins of Dzogchen teachings and practices. It is mostly all a mystery though there are offered traditional histories with a lineage of teachers going back, in the case of the TIbetan Buddhist line, to Garab Dorje around 200 BCE and, in the case of the Bon traditional story, to Shenrab Miwok around 18000 BCE (not a typo!) in Central Asia lands perhaps to the west of current TIbetan boundaries. 

Most Buddhist histories of Dzogchen start, though, with Padmasabhava and his work in TIbet during the latter half of the 8th Century.  And, this is when Buddhism was actually first introduced to Tibetans after King Tri Songdetsen invited an Indian Buddhist abbot named Santaraksita.  This reportedly agitated the “local spirits” so a Tantric Buddhist Master, the now iconic Padmasambhava, was invited to subdue or pacify them. When that was reportedly done, it became possible to establish the first Buddhist monastery at Samye in the year 779 C.E.

Lees meer

Definition of mind

 

Mind, in Buddhism, refers to mental activity, not to a “thing” that is the agent of that activity or to a “tool” that a “me” uses to engage in that activity. The definition of mind describes the activity from two points of view. Thus, the two aspects of the description are simultaneous functions, not sequential: the mental activity of producing or giving rise (‘ char-ba) to cognitive appearances (snang-ba), the mental activity of cognitively engaging (‘ jug-pa) with cognitive appearances. The former is usually translated as clarity (gsal) and the latter as awareness (rig).

 

Cognitive appearances do not refer to appearances of things “out there,” which we may or may not notice and cognize. They refer to how things appear “to the mind” when we cognize them. In a sense, they are like mental holograms. For example, in nonconceptual sensory cognition such as seeing, colored shapes appear, which are merely mental representations (snang-ba, mental semblances) or mental derivatives (gzugs-brnyan, mental reflections) of one moment of colored shapes. In conceptual cognition, a mental representation appears of the conventional object, such as a hand, that the colored shapes in that moment are the visual sensibilia of. A sequence of mental representations of a hand each second one inch further to the right appears as motion. In other words, cognitive appearances exist only within the context of mental activity. They do not need to be clear or in focus.

 

Moreover, cognitive appearances do not refer merely to the images that appear “in the mind” when cognizing visible objects with our eyes. They also refer to the cognitive appearances or arisings (shar-ba) of sounds, smells, tastes, physical sensations, thoughts, emotions, and so on. After all, it is mental activity that makes a sequence of consonant and vowel sounds arise as words and sentences.

 

Note that the expressions “things appear to the mind” or “in the mind” are merely manners of speaking particular to the English idiom and reflect a dualistic concept of mind totally different from the Buddhist model.

 

Cognitively engaging with cognitive appearances may be in any manner, such as seeing, hearing, thinking, or feeling them, and does not need to be conscious or with understanding. It may include ignoring something and being confused about it.

 

The definition also adds the word mere (tsam), which implies that mental activity occurs without a concrete agent “me” making it happen. It also implies that fleeting stains are not the defining characteristic of this activity. The superficial (kun-rdzob, conventional) nature of mental activity is merely producing and engaging with cognitive appearances; its deepest (don-dam, ultimate) nature is its voidness.

 

Further, mental activity is individual and subjective. My seeing of a picture and my feeling of happiness are not yours. Moreover, Buddhism does not assert a universal mind that we all are part of, that we all can access, or that our mental continuums (mind-streams) merge with when we achieve liberation or enlightenment. Even when enlightened, each Buddha’s mental continuum retains its individuality.

 

(Alexander Berzin).